vrijdag 2 juni 2017

Ijsje


TINGELINGELING! De ijscoman stopt bij het strandje. ‘IJS!’ juichen alle kinderen op het strandje. ‘IJS’ juichen ook Job en Jelle. Job springt op uit het meertje en rent naar mama. Jelle laat zijn emmer en schepje in het zand liggen en rent ook naar mama. ‘Mogen wij een ijsje?’ vragen de broertjes.

‘Dat mag wel,’ zegt mama, ‘maar dan moeten jullie het ijsje zelf gaan halen. Ik blijf hier om op onze spullen te letten.’ Mama geeft twee muntjes voor twee ijsjes. Een ijsje voor Job en een ijsje voor Jelle. Job en Jelle rennen samen naar de ijscoman.

Er staat een lange rij mensen voor de wagen met ijsjes. Job en Jelle gaan achteraan staan. De ijscoman verkoopt veel ijsjes. En de rij wordt steeds korter. Job en Jelle staan nu bijna vooraan. Job kijkt naar het muntje in zijn hand. Welk ijsje kan haar daarvoor kopen?  Job weet het niet. En wat is de ijscowagen hoog! Zelf een ijsje kopen is best moeilijk.

‘We gaan mama halen,’ zegt Job tegen zijn broertje. ‘Kom mee!’ ‘Nee!’ roept Jelle. ‘Ik wil ijs!’ Job trekt aan de arm van Jelle. Maar Jelle gaat niet mee. Jelle blijft voor de ijscowagen staan. ‘Gaat het goed jongens?’ horen Job en Jelle achter zich. De broertjes draaien zich om. ‘Mama!’ roepen ze blij. ‘Ik weet niet welk ijsje ik van dit muntje kan kopen. En de wagen is zo hoog,’ vertelt Job. ‘Kom je ons helpen?’ En Jelle vraagt: ‘Krijg ik nu ijs?’

‘Ik dacht al dat jullie wel een beetje hulp kunnen gebruiken,’ zegt mama. Mama tilt Jelle op. Zo kan hij de kaart met ijsjes goed zien. Mama wijst de ijsjes aan waar Jelle uit mag kiezen en vraagt: ‘Welk ijsje wil je?’ Jelle kiest een waterijsje. En Job kiest ook een waterijsje. De ijscoman geeft de twee ijsjes aan mama. Job gaat op zijn tenen staan en strekt zijn arm uit om de muntjes aan de ijscoman te geven. De ijscowagen is best hoog. Maar Job is al best groot. Het lukt!

‘O nee! Niemand let op onze spullen,’ roept Job. Hij rent snel terug naar de handdoeken. ‘Mama, rennen!’ zegt Jelle. En hij trekt aan het been van mama. ‘Rustig maar,’ zegt mama. ‘Alle belangrijke spullen zitten hier in mijn tas.’  Mama geeft Jelle een hand en samen lopen ze terug naar de handdoeken.

Job en Jelle zitten op de handdoek en likken aan het ijsje. Het ijsje smelt in de warme zon. Het ijs van Jelle drupt van zijn kin op zijn buik en op zijn benen. ‘Ik lijk wel een ijsjesman,’ zegt Jelle. En Job lacht: ‘Dan kom ik een ijsje bij je kopen. Want dat kan ik al helemaal alleen!’


Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen